Zigote

Zondag 5 april 2026 12.04 (met grote mantelmeeuw)
Veemkade

28 
Kan het wat zachter

Achterin de wachtruimte van de apotheek zaten drie mensen van in de zeventig.
Zij zaten op stoelen te wachten op hun beurt.
Zij waren:
Een man die was gekleed als een dame.
Een vrouw die als laatste was binnengekomen. 
Een vrouw die een geamuseerde indruk maakte.
Zij zaten naast elkaar.
Zij hadden hun nummertjes in hun hand.
Op een scherm verscheen telkens levensgroot het nummer dat aan de beurt was. Maar zij konden de levensgrote nummers niet lezen, zelfs niet met hun brillen op.
Toen zetten zij elkaars brillen op (misschien kon daardoor één van hen de nummers lezen).
Er was sprake van grote hilariteit. 
"Kan het wat zachter daar achterin!" riep de apotheker.
 

Zaterdag 4 april 2026 21.03  (het blauwe uur)
Veemkade

27
Wat de tennisser Carlos Alcaraz riep

De tennisser Carlos Alcaraz riep: "Ik kan dit niet meer. Ik ga naar huis." 
Hij riep het tijdens een wedstrijd op zondag 26 maart in Miami, in de staat Florida in Amerika.
(Hij riep het tegen zijn coach).
Het huis van Carlos Alcaraz staat in El Palmar, in de provincie Murcia in Spanje.
 

Zaterdag 4 april 2026 12.43  (met ontluikend blad)
Veemkade

26
De god zei: "Verander!"

Twee weken geleden zag ik het oudste theater van de wereld. Het is meer dan vijfentwintighonderd jaar oud.¹ 
Het is een openluchttheater en vormt een soort kom in het landschap (homo sapiens verhief zich door zich in te graven).
Het ligt in Griekenland, aan de oostkust van Attica.
In de verte schittert de Egeïsche Zee. 
Het theater is ontstaan uit de cultus van de god Dionysos, die vijfentwintighonderd jaar geleden de Griekse god van de lust was. 
De god van de lust zei niet: "Gij zult niet veranderen."²
Hij zei: "Verander!"³
Het hart van de Griekse mythologie was de metamorfose. 
En de motor van de metamorfose was de lust. 
Nu ga ik iets zeggen dat waar zou kunnen zijn: je kunt niet veranderen – een ander of iets anders worden – zonder de immense energie van de lust. 

¹ De ene keer wordt hier met "theater" het openluchtheater bedoeld (het bouwwerk), de andere keer het spel (het spelen).
² Dit is het door mij ontdekte elfde gebod van het monotheīsme.
³ Zie over het veranderen, de metamorfose en het elfde gebod eventueel ook:
https://proefstation.blogspot.com/search?q=rups
https://proefstation.blogspot.com/search?q=Narcissos

Donderdag 19 maart 2026 18.54 uur (met avond en kraai)
Veemkade

25 
Schrijf me!

Hier is een portret in 49 brieffragmenten van de Spaanse dichter en toneelschrijver Federico García Lorca, alsjeblieft.
Federico García Lorca werd geboren op 5 juni 1898 en hij werd vermoord op 19 augustus 1936. 
Zijn wereldroem stond toen in volle bloei.
De fragmenten komen uit het boek Ik houd nog veel verborgen, brieven van Federico García Lorca
Het boek verscheen op 20 januari en ik kocht het dezelfde dag in de boekwinkel aan de Platanenlaan.
Hier zijn de 49 fragmenten (helemaal onderaan staat uit welke brieven de fragmenten komen, dat wil zeggen: wanneer, waar en aan wie die brieven werden geschreven):

1.
“Ik stuur jullie mijn boek, antwoord me.” (20 jaar)
2.
“Schrijf me per omgaande, want je weet hoe blij ik ben met je brieven.” (23 jaar)
3.
“Schrijf me onmiddellijk terug. Je brieven lijken wel pauwenveren die me toegewuifd worden.” (23 jaar)
4.
“Ik merk dat je mij niet schrijft; ik stuurde jou twee lange brieven en jij maar één en onder ons gezegd niet eens zo’n lange. Morgen ga ik naar het platteland. Schrijf me onmiddellijk en veel over alles.” (24 jaar)
5.
“Ik verwacht per direct een brief van jou en sla geen treiterig toontje aan, ik denk niet dat jij negatief bent.” (24 jaar (?))
6.
“Als goede vrienden zouden jullie me per omgaande moeten schrijven.” (25 jaar)
7.
“Pepito, aan het werk, God nog aan toe, en antwoord me per kerende post.” (25 jaar)
8.
“Stuur je mij een antwoord?” (26 jaar (?))
9.
“Schrijf me als ik in Granada ben.” (25 of 26 jaar)
10.
“Schrijf me onmiddellijk, per omgaande. Ik zal binnenkort het genoegen hebben je te omhelzen (je zult niet hoeven klagen over mijn vriendschap).” (27 jaar)
11.
“Schrijf me onmiddellijk terug en vertel me wat je denkt.” (27 jaar)
12.
“Antwoord mij per omgaande. Ik zit al met mijn voet in de stijgbeugel. Ik vertrek zo naar Madrid.” (27 jaar)
13.
“Als je me onmiddellijk antwoordt, stuur ik je een zigeunerromance toe.” (27 jaar)
14.
 “Ik ben een stevig rijkeluiszoontje. Antwoord me voor ik naar Madrid ga.” (27 jaar)
15.
“Schrijf me. En vertel me over je professoraat. Spreek me moed in, of stel me iets anders voor.” (28 jaar) 
16.
“Wat denk je, moeten [mijn drie boeken] alle drie samen verschijnen of één voor één? Antwoord me.” (28 jaar)
17.
“Vergeet niet wat ik je zei! Antwoord onmiddellijk!” (28 jaar)
18.
“Vaarwel. Schrijf me onmiddellijk terug en wees me niet ontrouw. Ontneem me het geschenk van je gedichten en je vriendschap niet.” (28 jaar)
19.
“Jorge, schrijf me. Zeg aan Teresa dat ik haar het verhaal van het kippetje met een sleepjapon en een gele hoed zal vertellen. Zeg haar dat ik haar het verhaal van de kikvors die piano speelde en zong wanneer hij taart kreeg zal vertellen.” (28 jaar)
20.
“Antwoord me, man. Antwoord me.” (28 jaar)
21.
“Zeg me wat jullie denken.” (28 jaar) 
22.
“Schrijf toch het artikel over mijn tentoonstelling en schrijf me, jongetje!” (29 jaar)
23.
“Ik hoop dat je me schrijft en me inlicht over alles wat in Cadaquéz gebeurt; ik wil weten hoe de zee is en de gezondheid van María, Eduard en ‘la Margarita petita’ en zing maar ‘Op een keer een Choralindo…’ ter herinnering aan mij. Schrijf me en vertel me wat je broer schildert. Stuur me de foto’s! Of wil je niet?” (29 jaar) 
24.
“Ik verneem geen gebenedijd woord van Salvador Dalí en ik kan niet raden waarin hij verwikkeld is. Ik krijg geen brief van hem, terwijl ik er drie heb geschreven. Er moet iets aan de hand zijn.” (29 jaar)
25.
“Schrijf me het nieuws over iedereen. Vertel me hoe iedereen en jullie het maken, ontvang kussen van jullie zoon die jullie nooit vergeet.” (29 jaar)
26.
“Vaarwel, Gasch. Ik hoop dat je me schrijft.” (29 jaar)
27.
“Schrijf me!” (29 jaar)
28.
“Zeg aan [Miguelito] dat ik veel aan hem denk en dat hij me moet schrijven, dat heb ik nodig.” (30 jaar)
29.
“Schrijf me meteen en vertel me dingen waarvan je weet dat ze me interesseren.” (30 jaar) 
30.
“Schrijf me snel. Nog voor ik naar Madrid ga, moet je me al een paar keer geschreven hebben om opnieuw bevriend te raken.” (30 jaar)
31.
“Schrijf me. Vertel me hoe jullie leven is. Schrijf me aanstonds.” (30 jaar)
32.
“Ik heb nog geen brief van jullie gekregen en jullie kunnen je wel indenken dat ik ernaar verlang. Ik hoop dat jullie me allemaal zullen schrijven, lange brieven, en ook de meisjes, zodat ik van iedereen bericht krijg. Zoals jullie zien, schrijf ik langere brieven dan ooit, en ik ga zo door, jullie krijgen om de zeven of acht dagen bericht van me. Stuur me toch foto’s  van jullie. Van papa, van mama, en van de meisjes, dan zet ik ze in mijn kamer. Antwoord me per omgaande.” (31 jaar)
33.
“Zeg Paco dat hij me moet schrijven.” (31 jaar)
34.
“Schrijf me lange brieven met veel nieuws, over alles wat daar gebeurt, want dat vind ik altijd leuk en amusant. Ik doe hetzelfde. Ik wil dat jullie al het nieuws van me vernemen en dat jullie je geen zorgen hoeven maken, doordat ik jullie alles schrijf wat ik meemaak. Schrijven jullie mij dan ook.” (31 jaar)
35.
“Vergeet me niet te schrijven. Ik schrijf jullie vandaag en morgen of overmorgen ook. En schrijf lange brieven.” (31 jaar)
36.
“Schrijf me en dan kom ik je zoeken. Geef me aan hoe ik moet reizen. Als het makkelijker voor je is, stuur me een lang telegram met alle instructies.” (31 jaar) 
37.
“Schrijf me maar veel en vertel me over alles.” (31 jaar)
38.
“Vertel op.” (32 jaar) 
39.
“Ik wil met je praten. Mijn leven was te zeer afgesloten van je vriendschap. Schrijf me wat je denkt. Schrijf me uitvoerig.” (32 jaar)
40.
“Schrijf me een lange brief en vertel me hoe Conchita het maakt.” (32 jaar) 
41.
“Ik heb Rafael niets in de weg gelegd en hij heeft vier van mijn brieven niet beantwoord. Ik geef hem met plezier een opdoffer. Vaarwel Carlitos, ik omhels je duizend keer en je moet me veel schrijven.” (33 jaar) 
42.
“Schrijf me altijd. Ik vind brieven eigenlijk altijd ijskoud. Ik moet altijd over de grond kunnen rollen!” (33 jaar) 
43.
“Je hebt me niet geschreven en je gedragen als Martijntje, het kleine schattige zwijntje met een kaarsje in zijn aarsje. Carlitos liet ook niks van zich horen en gedroeg zich als een geverniste vis, een zilte dis met een lever fris en gewis. Schrijf me, Carlos.”  (33 jaar)
44.
“Schrijf me per omgaande een lange brief.” (34 jaar)
45.
“Antwoord me per kerende post met een lange brief, ook al doe je je beklag.” (34 jaar)
46.
“Schrijf me per omgaande. Ik zal vier dagen afwezig zijn. Ik wil bij mijn terugkomst op Witte Donderdag twee brieven van je vinden. Wil je dat doen?” (34 jaar)
47.
“Antwoord me per kerende post met een lange brief en hou nooit meer je mond.” (34 jaar)
48.
“En Paco? God, laat hij me een persoonlijke brief en een foto sturen!” (35 jaar)
49.
“Vertel me over iedereen en vooral over Paquito, zeg Rafael dat hij me moet schrijven, en zorg ervoor dat er bij iedere post een brief voor me is en probeer me over alles te informeren.” (35 jaar)

1 / Aan Adriano del Valle, Granada, 19 september 1918.
2 / Aan Adolfo Salazar, Asquerosa (tegenwoordig Valderrubio, want asquerosa betekent walgelijk), 2 augustus 1921.
3 / Aan Adolfo Salazar, Granada, 1 januari 1922.
4 / Aan Melchor Fernández Almagro, Granada, juli-augustus 1922. 
5 / Aan Regino Sainz de la Maza, Granada, 16 september (?),1922 (?)
6 / Aan José de Ciria y Escalante en Melchor Fernández Almagro,  Asquerosa, 30 juli 1923, 25 jaar.
7 / Idem.
8 / Aan Ana Marίa Dalí, Madrid (?), mei (?) 1925.
9 / Aan Benjamin Palencia, Asquerosa, vóór 25 augustus 1925. 
10 / Aan Melchor Fernández Almagro, Granada, eind januari 1926. 
11 / Aan Francisco García Lorca, Granada, eind januari of begin februari 1926.
12 / Aan Jorge Guillén, Granada, 2 maart 1926. 
13 / Idem.
14 / Idem. 
15 / Aan Jorge Guillén, Granada, 9 september 1926. 
16 / Aan Melchor Fernández Almagro, Granada, 27 oktober 1926. 
17 / Idem.
18 / Aan Jorge Guillén, Granada, begin januari 1927.
19 / Aan Jorge Guillén, Granada, begin half februari 1927.
20 / Idem.
21 / Aan zijn familie, Madrid, begin april 1927.
22 / Aan Salvador Dalí, Barcelona, 1 (?) Augustus 1927.
23 / Aan Ana Marίa Dalí, Granada, midden augustus 1927.
24 / Aan Sebastià Gasch, Lanjarón, 25 augustus 1927. 
25 / Aan zijn familie, Madrid, begin november 1927.
26 / Aan  Sebastià Gasch, Granada tweede week (?) van januari 1928.
27 / Aan  Sebastià Gasch, Granada, 7 april 1928.
28 / Aan Rafael Martínez Nadal, Granada, augustus 1928.
29 / Aan Rafael Martínez Nadal, Granada, 3 oktober 1928.
30 /  Idem.
31 / Aan zijn familie, Madrid, januari 1929.
32 / Aan zijn familie, New York, 6 juli 1929.
33 / Aan zijn familie, New York, 14 juli 1929.
34 / Aan zijn familie, New York, omstreeks 24 juli 1929 
35 / Idem.
36 / Aan Ángel del Rio, Eden Mills, Vermont, in de laatste 10 dagen van augustus, 1929.
37 / Aan zijn familie, New York, 23 of 24 augustus 1929.
38 / Aan Rafael Martínez Nadal, Granada, juli 1930.
39 / Aan Salvador Dalí, Granada, zomer 1930.
40 / Aan zijn familie, Gijón, 14 december 1930.
41 / Aan Carlos Morla Lynch, Granada, tussen 15 en 18 augustus 1931.
42 / Aan Carlos Morla Lynch, Granada, eind augustus 1931. 
43 / Aan Carlos Morla Lynch, Granada, eerste 14 dagen van september (?) 1931. 
44 / Aan Eduardo Rodrίquez Valdivieso, Madrid, november 1932.
45 / Aan Eduardo Rodrίquez Valdivieso, Madrid, maart 1933.
46 / Aan Eduardo Rodrίquez Valdivieso, Madrid, 8 april 1933.
47 / Aan Eduardo Rodrίquez Valdivieso, Madrid, derde week van april  1933. 
48 / Aan zijn familie, Op de zee van Brazilië, dag 9 – oktober 1933.
49 / Aan zijn familie, Buenos Aires, eind januari 1934.

Zondag 15 maart 2026 12.18 uur
Veemkade

24
Hoe anders is het leven in Bombay

In Londen gaat zij naar de markt voor mango’s.
Maar in Bombay hoeft zij niet naar de markt. Daar plukt zij de mango’s direct van de bomen. 
Want in Bombay staan de mangobomen langs de straten en op de pleinen zoals in Nice de sinaasappelbomen.
Wanneer zij de in het voorbijgaan geplukte mango’s heeft geschild en opgegeten, gooit zij de grote visvormige pitten gewoon op de grond.
En waar de pitten de grond raken schieten direct nieuwe mangobomen de lucht in.
En binnen enkele uren hangen die ook vol rijpe vruchten.
Ziedaar het wonder van de grond, de bomen en de vruchten in Bombay.
Hoe anders dan in London is het leven in Bombay!
In London gaat zij naar de markt voor mango’s.

Donderdag 12 maart 2026 12.36 uur (met "krachtige zuidwestelijke wind")
Veemkade

23
Over fotografie

Ik liep op de kade.
Er was een overweldigende maan.
Zo groot en zo mooi van kleur.
Ik nam een foto van de maan.
Ik wilde de foto aan M. laten zien (misschien had zij de maan niet gezien).
Op de foto was inderdaad te zien dat de maan groot was en mooi van kleur. 
Maar het overweldigende was verloren gegaan (het overweldigende is onfotografeerbaar).

Woensdag 11 maart 2026 13.30 uur (met lagedrukgebied)
Veemkade

22
Wat wil je van me leren?

1.
Ik had pijn in mijn rug bij het tennissen. Nou ja, pijn. 
Ik ging naar de fysiotherapeut. Hij zei na een paar voelingen: "Het zijn de ligamenten." 
Wat is het toch wonderbaarlijk als er iets misgaat. 
Je leert dan de namen van de dingen kennen. Ligamenten! Als er niks mis gaat weet je niet eens wat ligamenten zijn. Dan leef je in onwetendheid over de ligamenten (als er niks misgaat, verwerf je geen kennis). 
De fysiotherapeut leerde me welke oefeningen ik moest doen, en ik deed ze zoals hij me had geleerd. Ik deed ze drie keer per dag. De oefeningen moest bewerkstelligen dat de ligamenten naar alle kanten soepel werden.  
En wat denk je? 
Na een paar dagen zeiden degenen met wie ik tennis: “Wat loop je weer van links naar rechts als een kievit. En wat heb je een mooi nieuw tennisracket.” 
Inderdaad had ik een nieuw tennisracket gekocht, een roodkleurige.

2.
Onze tennisclub ligt in het grootste iepen-essenbos van Europa (het is een klein bos). 
Onze tennisleraar stond zeven jaar geleden nog twintigste op de ranglijst van de beste tennissers van Nederland. 
Hij heeft tegen alle topspelers van de wereld gespeeld. 
Hij is jong en hij speelt het modernste tennis.
Ik zei tegen onze tennisleraar: “Ik wil graag een paar lessen krijgen.”
Hij vroeg: "Wat wil je van me leren, Peter?" 
(Hij zegt Peter tegen me). 
Ik antwoordde: "Het modernste tennis." 


3.
Mijn tennis stamt uit de jaren zeventig van de vorige eeuw (uit het begin van die jaren). Ik leerde het tussen mijn elfde en veertiende jaar van meneer Bunt uit Z. die ik niet zal vergeten.
Wat hij mij leerde is zeer geschikt voor houten rackets en sierlijk ballerinatennis, maar niet voor het roofdierentennis van nu. 
De tennisles kostte vijftig euro en nog nooit heb ik vijftig euro zo goed besteed!
Mijn forehand is gemoderniseerd ("Ruitenwisser, Peter!").
Mijn backhand is gemoderniseerd ("Over de schouder, Peter!").
Mijn opslag is gemoderniseerd ("Eén uur, Peter!"). 
“Eén uur, Peter!” betekent dat Peter bij de opslag de bal in de lucht moet gooien alsof de hele lucht een wijzerplaat is. Op één uur moet de tennisbal volmaakt stil boven hem hangen als een hemellichaam, zodat hij er met maximale kracht en precisie tegenaan kan slaan met zijn nieuwe roodkleurige racket. 

4.

Aldus ben ik de tennismoderniteit binnen getreden. Het tennis uit de vorige eeuw kan nu eindelijk terugzinken in de tijd. 
Mensen die langs de baan liepen waar ik les kreeg, stopten even en zeiden tegen elkaar: "Kijk hem eens rennen met zijn soepele ligamenten en zijn nieuwe roodkleurige racket." 
Maar dat kan ook verbeelding en zelfverheerlijking van mij geweest zijn. 

Zondag 8 maart 2026 09.25 uur (dichte mist en woestijnzand)
Veemkade

21
Dit schreef Federico García Lorca

"Onder onze voeten raken de wegen in de war."
Dit schreef Federico García Lorca de dichter.
Hij schreef het tussen het voorjaar van 1921 en augustus 1923.

 

Donderdag 5 maart 2026 08.13 uur (zonder Boeing AH-64 Apache gevechtshelikopter)
Veemkade

20
Over tennis

Toen de tennisser S. de baan op kwam voor zijn wedstrijd tegen O. had hij geen snor. 
Maar toen de wedstrijd afgelopen was had hij wel een snor. 
Tijdens de wedstrijd was er een snor gegroeid onder zijn neus!

Woensdag 4 maart 2026 12.26 uur (zonder Amerikaanse condor)
Veemkade

19 
Kinderen werden rechtstreeks uit haar geboren 

Gaia was een godin uit de Griekse mythologie.
Zij was de godin van de aarde.
Zij was de aarde.
Zij droeg de zeeën en de bergen op haar borst. 
Kinderen werden rechtstreeks uit haar geboren (zij hief het kind óp uit de grond).
Dit is te zien op een kleireliëf.
Uit de godin Gaia kwam alles voort. Goden, mensen, eenogigen, paarden.

Dinsdag 3 maart 2026 09.53 uur (een warme dag en een fladderende ekster)
Veemkade

18 
Hij vond haar aardig

M. (24) droomde dat er een blauwe vogel op haar hoofd zat. 
Hij zat daar omdat hij haar aardig vond. 
Aldus M.'s droom. 
Soms moet je het even over dromen hebben.

Vrijdag 20 februari 2026 12.44 uur (met meeuw, onzichtbare ekster in de boom en hijskraan)
Veemkade

17/3 
Aldus sprak Oswald de Andrade

Pedro Fernandes Sardinha was de eerste bisschop van Brazilië. 
Hij werd geboren in 1496 in Portugal.
Hij werd  in 1556  in Brazilië opgegeten door inheemse Tupi.
De bisschop  was niet zomaar een maaltje, hij was de hoofdschotel van “een rituele praktijk van incorporatie van de vijand".
De Tupi waren toen al vrijwel uitgeroeid door de Portugezen. 
Ze aten de Portugese bisschop-kolonisator op om zijn kracht in te lijven.
Datzelfde moesten de Brazilianen van de twintigste eeuw doen met de westerse moderniteit, vond Oswald de Andrade.
"Tupi or not tupi, that's the question," schreef hij in het Antropofagisch Manifest (vrij naar Shakespeare).¹
De Brazilianen moesten de westerse moderniteit niet afwijzen. En ook niet blind imiteren. Zij moesten die opeten, verteren en transformeren, precies zoals hun inheemse voorouders hadden gedaan met de Portugese bisschop.
Niet letterlijk natuurlijk. 
Figuurlijk! 
"Voordat Portugal Brazilië ontdekte, ontdekte Brazilië het geluk," staat er in het manifest.
Op de vraag wat er moest gebeuren met de niet-verteerde resten van het opgegetene bleef Oswald de Andrade het antwoord schuldig, net zoals de christelijke kerk het antwoord schuldig is gebleven op de vraag wat er na de theofagie (“het eten van god”) met de niet-verteerde resten van de opgegeten god moest gebeuren.²
En hier eindigt alweer deze zeer kleine driedelige geschiedenis van de metamorfosen van de schaduwvoetige, een mislukte mythe uit het mislukte deel van de Griekse mythologie.

¹ Manifesto Antropófago, zie 17/2

² Dit schrijft Peter Sloterdijk in: Het continent zonder eigenschappen, p. 251-252

Dinsdag 17 februari 2026 15.55 uur
Veemkade

17/2 
Ik voel je vleugels dicht bij me

Tussen 1913 en 1920  schreef Tarsila do Amaral uit Brazilië een liefdesliedje voor stem en piano. Ze noemde het Rondo d'Amour en hier zijn de woorden.
Ik droom van jou als mijn hart wakker is. 
Als ik slaap droom ik van jou. 
Als ik ‘s nachts wakker word voel ik je vleugels dichtbij me. 
Ik ben van jou als mijn hart wakker is. 
En ook als ik in slaap val ben ik van jou. 
Ik kan je horen zonder mijn oren, met mijn ogen gesloten zie ik je. 
En als ik ‘s nachts wakker word voel ik je vleugels dichtbij me. 
Misschien was Tarsila do Amaral in die periode verliefd geworden op Oswald de Andrade met wie ze later trouwde.
Misschien was hij de gevleugelde.
In 1928 schilderde Tarsila do Amaral een figuur met één been en een hele grote voet zoals de schaduwvoetige. 
Ze gaf het schilderij aan haar man – voor zijn verjaardag – en die kwam daardoor op het idee om een manifest te schrijven!
Hij schreef zijn manifest nog dezelfde dag en hij noemde het: Manifesto Antropófago

En het schilderij van zijn vrouw noemde hij Abaporu, wat betekent: man die mensen eet. 
 

(Wordt vervolgd) 

Maandag 16 februari 2026 12.09 uur (met meeuw)
Veemkade

17/1
De dichters hebben het verzonnen

Een skiapode of schaduwvoetige is een mens met één been en een hele grote voet die hem als parasol dient. 
Als de zon brandt en er is geen boom in de buurt, dan gaat de schaduwvoetige op zijn rug liggen en steekt zijn grote voet in de lucht zodat hij schaduw heeft.
Volgens een Romeinse schrijver werden schaduwvoetigen voor het eerst waargenomen in India.
Maar een schrijver uit de middeleeuwen zei: “Zulke monsters bestaan helemaal niet. Hooguit een heel enkele hier of daar. De dichters hebben ze verzonnen.” 
Vroeger kregen dichters terecht overal de schuld van.
Volgens een vermaard filosoof uit onze tijd is de schaduwvoetige een mythe uit "het mislukte deel van de Griekse mythologie".
 
(Wordt vervolgd)

Zaterdag 14 februari 2026 12.11 uur
Veemkade

16
Zo kan ik ook Spaans

1.
"Femke Kok is een fan van mij."
"U bedoelt dat u een fan bent van Femke Kok."
"Ja dat bedoel ik."
 

2.
"Mijn zus had gedronken. Ze was op de fiets. Ze sloeg over de kop. Het was winter en het sneeuwde. Het was laat in de nacht. Behalve mijn zus was er niemand op straat. Het was zo stil als op de maan." 

3.
"Vaak heb ik het gevoel dat ik andere mensen wat aandoe. Doordat ik besta, bedoel ik."

4.
"Het is maar goed dat regenwolken, wanneer het gaat vriezen, niet als een blok naar beneden vallen, maar in plaats daarvan in kleine sneeuwvlokjes naar beneden dwarrelen. Anders was er hier op aarde geen leven mogelijk." 

5.
"Als ik een paar dagen alleen thuis bent, dan hoor ik dat het huis allerlei geluiden maakt. Ik hoor dan kreunende balken, stromend water, snel groeiende tulpen, niezende spinnetjes en dergelijke." 

6.
"Ik heb de vork, de lepel en het mes gewogen. De vork weegt veertig gram, de lepel vijftig gram en het mes negentig gram." 

 

7.
"Hij zegt dat ‘de ganzen’ in het Spaans ‘los ganzos’ is. Ja zeg, zo kan ik ook Spaans."  

 

(Uit: gesprekken met mw. Duifjes over onder meer zichzelf, haar zus, haar vriendinnen en haar buurtgenoten)

Vrijdag 13 februari 2026 13.08 uur
Veemkade

15
Hoe kwam de jonge professor erbij?

Een satyr was een boswezen met een staart, puntige oren en een erectie. Die erectie was zo groot dat hij boven het hoofd van de satyr uit stak. 
Een satyr vormde in de Griekse oudheid soms met andere satyrs een zangkoor. Uit deze zangkoren ontstond volgens professor Nietzsche de tragedie (het tragische)
Wat een curieus idee.
Hoe kwam de jonge professor daar zo bij? 

(Wordt vervolgd)

Zondag 8 februari 2026 12.50 uur (met strepen)
Veemkade

14
En we dansen

Free your mind and your ass will follow.
Dit zei een historica vandaag in een documentaire over dansen. 
Mooi gezegd.
In de documentaire werd dansmuziek uit het einde van de vorige eeuw gedraaid en daardoor werd ik teruggeworpen in de tijd.
Ik sta met M. op tafel in het jaar 1987. 
We dansen.
We zijn net afgestudeerd. 
Onze geest is bevrijd van een last en we dansen in het jaar 1987.
 

Zaterdag 7 februari 2026 12.41 uur
Veemkade

13 
Hij wil een groot feest geven

Een man en een vrouw zaten naast mij in het restaurant.
Ik kon zien dat het een echtpaar was, want ze hadden dezelfde gekke ring om.
Ze spraken zachtjes.
"Ik wil binnenkort een groot feest geven voor al onze vrienden en vriendinnen," zei de man.
"Daar hebben we het geld niet voor," zei zijn vrouw. 
Dit was een bittere pil om te slikken voor hem. 
 

Vrijdag 6 februari 2026 13.11 uur
Veemkade

12
Tell me

In het lied Going to a town van Rufus Wainwright zit een vluchtig koortje van vrouwenstemmen. 
“Tell me!” zingen die vrouwen.
"Tell me!" 
Dat vluchtige koortje klinkt zo ontstellend.
Misschien – dacht ik – klonken de satyrkoren van de vroege Griekse tragedies ook zo.

 

Woensdag 4 februari 2026 12.30 uur
Veemkade

11
Kom hier en omhels me

Ik las brieven die de dichter Federico García Lorca schreef tussen 1916 en 1935. 
"Ik voel mij weer goddelijk goed," schreef hij in 1916.
Het bevalt me om zoiets eens van een dichter te horen. 
En in 1918 schreef hij: "Kom hier en omhels me! Beest! We hebben elkaar de hele zomer niet gezien." 
Hij schreef dit aan de advocaat Rafael Nadal die leefde van 1903 tot 2001.

 

Dinsdag 3 februari 2026 14.27 uur (met wegvliegende kraai)
Veemkade

10
Zo stond hij

Hij was enige tijd een kerstboom in een vreemde stad.
Hij stond in het midden van een kamer met zijn armen wijd en iemand hing lichtgevende versieringen aan zijn oren.  
Zo, versierd en lichtgevend, stond hij in die kamer in die vreemde stad.

 

Maandag 2 februari 2026 09.04 uur
Veemkade

9
Over Rafael Nadal

Rafael Nadal de tennisser stortte zich altijd ter aarde na een grote triomf.
Hij deed dit op Spaanse wijze en schitterend.
Hij gaf zich aan de aarde.
 

Zaterdag 31 januari 2026 12.58 uur
Veemkade

8
Laat hem erdoor

A. kwam uit een Russisch dorp niet ver van de grens met Mongolië. 
Hij kwam bij ons aan het einde van de vorige eeuw, kort na de val van de Berlijnse muur.
A. schreef één gedicht. Hier is het: 
Scheve ogen en de Chinese muur
Witte berken en Kremlins muur 
En in Berlijn stond de Berlijnse muur
Na enkele jaren kwam er een Russische vriend van A. op bezoek. Hij had maar één arm. Zijn andere arm lag in Tsjetsjenië.
En op een dag ging A. weer terug naar het dorp waar hij vandaan was gekomen. 
De eenarmige schreef een aanbevelingsbrief voor hem. Die moest hij in geval van moeilijkheden aan Russische grensbewakers tonen. 
In de brief stond: “Kameraad, dit is een goede man, laat hem erdoor.”
 

Vrijdag 30 januari 2026 12.21 uur (met passerende vogel)
Veemkade

7
Hoe ik mijn dag besteedde

Vandaag heb ik negen uur en vijfendertig minuten naar tennis gekeken (op tv). 
Ik keek eerst naar de wedstrijd Carlos Alcaraz tegen Alexander Zverev.
Die duurde vijf uur en zesentwintig minuten.
En daarna keek ik naar de wedstrijd Novak Djokovic tegen Jannik Sinner. 
Die duurde vier uur en negen minuten.
Morgen speelt Elena Rybakina (die een hert is) tegen Aryna Sabalenka. 
Ook naar die wedstrijd ga ik naar kijken. 
Mijn plan is dat Elena Rybakina wint. Ik bedoel dat is mijn wens.

Donderdag 29 januari 2026 10.21 uur (met sneeuw op de takken)
Veemkade

6
Update over de heupen

Ik ging naar de dokter.
Ik had iets aan mijn heup.
Ik ging op de onderzoekstafel liggen.

"U heeft nog heel soepele heupen," sprak de dokter.
"Kun je spreken van opmerkelijk soepele heupen?" vroeg ik.
"Wel, ik heb het opgemerkt, in die zin is het inderdaad opmerkelijk," sprak hij.
Met twee opmerkelijk soepele heupen keerde ik terug naar huis.

 

Woensdag 28 januari 2026 12.18 uur
Veemkade

5
Hammurabi was een wispelturig man

Twee mensen zaten te praten op een bankje in de tram (in tram 7). 
Ze keken alletwee naar buiten.
De een zei: “Vroeger werden schoenen nooit teruggestuurd. Maar sinds schoenen op internet te koop zijn, worden ze vaak teruggestuurd.” 
“Schoenen werden altijd al teruggestuurd, ook toen er nog geen internet bestond,” zei de ander.
“O? Is dat zo?” 
“Koning Hammurabi van Babylon stuurde lang voor het internet bestond een paar schoenen terug naar koning Zimri-Lim van Mari, die ze op zijn beurt terugstuurde naar Kreta, waar de schoenen gemaakt waren.”
“In welk jaar was dat?”
“In 1800 voor Christus. Koning Hammurabi was een wispelturig man.”
Dat er bijna vierduizend jaar geleden ook al schoenen werden teruggestuurd, leek degene die over de kwestie begonnen was zeer goed te bevallen. 

Dinsdag 27 januari 2026 10.25 uur
Veemkade


Update over de neus

Ik ruik niet de eucalyptus. 
Maar ik ruik wel de rozen, de kruidnagels en de citroenen.
Anders gezegd, ik ruik de rozen, de kruidnagels en de citroenen.
Maar ik ruik niet de eucalyptus. 

Zondag 25 januari 2026 12.52 uur
Veemkade


Toen ik in Wenen was

Het Weense kraanwater is heel gezond.
Het is het gezondste kraanwater van Europa.
Het stroomt zo uit de Weense bergen door de Weense leidingen uit de Weense kranen in de Weense monden.
Toen ik in december in Wenen was heb ik veel kraanwater gedronken en ik heb in Wenen ook in bad gezeten (in het gezonde kraanwater).
Het was een halve eeuw geleden dat ik in bad had gezeten. De laatste keer was in de lente of in de herfst van 1972.

Zondag 4 januari 2016 14.57 uur
Veemkade


Onze presidenten en koningen

Vanwege de niet ophoudende stroom doodsbedreigingen op het internet − in de oorlog van allen tegen allen − zullen in de nabije toekomst niet alleen de bedreigers anoniem zijn, maar ook de bedreigden − onze presidenten, koningen en premiers, onze partijleiders, parlementsleden en burgemeesters.
Wat gaat dit betekenen voor de staat, de natie? Kan een natiestaat bestaan uit louter anonymi?

Zaterdag 3 januari 11.30 uur 2026 (met sneeuw in de lucht)
Veemkade

1
Of is het een ouverture?

Homo sapiens is in het tijdperk van zijn anonimiteit aanbeland. 
Is het een finale? Of is het een ouverture? 
Er moet hoe dan ook een hele nieuwe psychologie van de anonimiteit ontworpen worden (er moet niks).

 

© Copyright Peter Bekkers. Alle rechten voorbehouden.

We hebben je toestemming nodig om de vertalingen te laden

Om de inhoud van de website te vertalen gebruiken we een externe dienstverlener, die mogelijk gegevens over je activiteiten verzamelt. Lees het privacybeleid van de dienst en accepteer dit, om de vertalingen te bekijken.